Vereenvoudig de breuk -3/-60 tot de eenvoudigste equivalente vorm, onvereenvoudigbaar. Schrijf de breuk als een echte breuk, een decimaal getal en een percentage
Breuk kleiner maken: Vereenvoudig de breuk -3/-60 tot de eenvoudigste equivalente vorm, onvereenvoudigbaar
Herschrijf de breuk
Los het teken van de breuk op:
-3/-60 = -(-(3/60)) = 3/60
Een negatief getal gedeeld door een ander negatief getal = een positief getal.
Hoe de breuk te vereenvoudigen tot de eenvoudigste equivalente vorm?
- Om een breuk te vereenvoudigen tot de eenvoudigste equivalente vorm, deelt u de teller en de noemer van de breuk door hun grootste gemene deler, ggd.
- Om de grootste gemene deler, ggd, te berekenen, ontbinden we de twee getallen in priemfactoren.
De ontbinding in priemfactoren van de twee getallen
Het ontbinden in priemfactoren van een getal: de priemgetallen vinden die zich vermenigvuldigen om dat getal te maken.
3 is een priemgetal en kan niet worden ontbonden in andere priemfactoren.
60 = 22 × 3 × 5
60 is geen priemgetal maar een samengesteld getal.
- De natuurlijke getallen die alleen deelbaar zijn door 1 en zichzelf heten priemgetallen. Een priemgetal heeft precies twee delers: 1 en zichzelf.
- Een samengesteld getal is een natuurlijk getal dat ten minste één andere deler heeft dan 1 en zichzelf.
Bereken de grootste gemene deler, ggd:
Vermenigvuldig alle gemeenschappelijke priemfactoren, genomen door hun kleinste exponenten (de kleinste machten).
ggd (3; 60) = 3
Deel de teller en de noemer van de breuk door hun grootste gemene deler, ggd.
3/60 =
3/(22 × 3 × 5) =
(3 : 3) / ((22 × 3 × 5) : 3) =
1/(22 × 5) =
1/20
De breuk is nu vereenvoudigd tot de eenvoudigste equivalente vorm.
Wat is een breuk vereenvoudigd tot de eenvoudigste vorm?
- Een breuk vereenvoudigd tot de eenvoudigste equivalente vorm is een breuk met de kleinst mogelijke teller en noemer.
- Een breuk die is vereenvoudigd tot zijn eenvoudigste vorm, wordt een onvereenvoudigbaare breuk genoemd en de teller en noemer zijn relatief priemgetallen.
- 1/20 is een echte fractie.
- Een echte fractie: de teller is kleiner dan de noemer.
Herschrijf het resultaat.
Als een decimaal getal (van een geheel)
Deel de teller van de breuk door de noemer.
1/20 =
1 : 20 =
0,05
Als een percentage (van een geheel)
- Vermenigvuldig de waarde van de breuk met de breuk 100/100
- 100/100 = 100 : 100 = 100% = 1
- Vermenigvuldig een getal met de breuk 100/100,
... en de waarde verandert niet.
0,05 =
0,05 × 100/100 =
5/100 =
5%
Het eindantwoord:
:: Geschreven op drie manieren ::
Als een echte breuk:
3/60 = 1/20
Als een decimaal getal:
3/60 = 0,05
Als een percentage:
3/60 = 5%
Soortgelijke bewerkingen met het vereenvoudigen van breuken: